Habitatonderzoek naar bunzing, hermelijn, wezel en steenmarter

Gaat u bouwen, slopen, een gebied herontwikkelen of een ruimtelijke ingreep uitvoeren? Dan kan uit een Quickscan Flora en Fauna blijken dat nader onderzoek naar beschermde diersoorten noodzakelijk is. Voor kleine marterachtigen en de steenmarter speelt daarbij het habitatonderzoek een belangrijke rol.

Alles over het habitatonderzoek

Een habitatonderzoek brengt in beeld of een projectgebied geschikt leefgebied vormt voor beschermde marterachtigen. Daarbij wordt niet alleen gekeken of het gebied onderdeel kan uitmaken van hun functionele leefgebied. De resultaten vormen een belangrijke basis voor de vervolgstappen binnen de Omgevingswet en kunnen bepalen of nader onderzoek of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

Wat is een habitatonderzoek?

Een habitatonderzoek is een ecologische beoordeling van de geschiktheid van een gebied als leefgebied voor beschermde soorten. Bij kleine marterachtigen draait het om de vraag of een terrein voldoende dekking, voedsel, rustplaatsen en verbindingen biedt om duurzaam als leefgebied te functioneren.

Tijdens een habitatonderzoek worden onder andere de volgende aspecten beoordeeld:

  • aanwezige houtwallen, singels en bosranden;
  • ruige vegetaties en struweel;
  • slootkanten en oevers;
  • takkenrillen en andere schuilmogelijkheden;
  • potentiële verblijfplaatsen;
  • foerageergebieden;
  • ecologische verbindingen met omliggende natuur.

Door deze elementen in samenhang te beoordelen ontstaat een goed beeld van de ecologische waarde van een gebied voor kleine marterachtigen.

Kleine marterachtigen

In Nederland zijn de bunzing, hermelijn en wezel beschermd onder de Omgevingswet. Deze soorten zijn klein, leven grotendeels verborgen en worden daardoor niet snel waargenomen. Het ontbreken van een waarneming betekent daarom niet automatisch dat een gebied niet wordt gebruikt.

Juist daarom is kennis van het leefgebied essentieel. Een geschikt habitat kan een sterke aanwijzing zijn dat een gebied onderdeel vormt van het functioneel leefgebied van deze soorten. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling dit leefgebied aantast, kan aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn.

Bij habitatonderzoek wordt daarom gekeken naar meer dan alleen de aanwezigheid van dieren. Ook de kwaliteit en samenhang van het leefgebied worden zorgvuldig beoordeeld.

Habitatonderzoek steenmarter

Ook de steenmarter is een beschermde soort. In tegenstelling tot de bunzing, hermelijn en wezel maakt de steenmarter vaak gebruik van gebouwen als verblijfplaats. Bij een habitatonderzoek naar de steenmarter wordt daarom zowel het omliggende leefgebied als de geschiktheid van gebouwen onderzocht.

Tijdens het onderzoek wordt onder andere gelet op:

  • mogelijke toegangspunten tot gebouwen;
  • sporen zoals uitwerpselen en prooiresten;
  • geschikte verblijfplaatsen;
  • foerageermogelijkheden;
  • verbindingen tussen gebouwen en groenstructuren.

Afhankelijk van de situatie kan aanvullend nader onderzoek worden uitgevoerd met behulp van wildcamera's of andere geschikte onderzoeksmethoden.

Wanneer is een habitatonderzoek nodig?

Een habitatonderzoek kan noodzakelijk zijn bij uiteenlopende ruimtelijke ontwikkelingen, zoals:

  • woningbouw;
  • utiliteitsbouw;
  • sloopwerkzaamheden;
  • renovatie;
  • verduurzaming en isolatie;
  • aanleg van infrastructuur;
  • uitbreiding van bedrijventerreinen;
  • natuurontwikkeling;
  • zonne- en energieprojecten.

Vaak blijkt uit een Quickscan Flora en Fauna dat nader onderzoek naar kleine marterachtigen of de steenmarter noodzakelijk is. Een habitatonderzoek helpt om de juiste onderzoeksstrategie te bepalen en vormt een belangrijke onderbouwing voor het verdere ecologische advies.

Habitatonderzoek volgens de actuele richtlijnen

Bij habitatonderzoek naar kleine marterachtigen is het belangrijk dat het onderzoek aansluit bij de meest actuele landelijke kennis en onderzoeksprotocollen. Daarbij wordt gekeken naar de ecologie van de soort, de kwaliteit van het leefgebied en de functie van het projectgebied binnen het omliggende landschap.

Niet alleen verblijfplaatsen zijn van belang, maar ook migratieroutes, foerageergebieden en dekking. Door deze aspecten zorgvuldig te beoordelen ontstaat een betrouwbaar beeld van de ecologische betekenis van een gebied.

Hoe voert Sloots Ecologie habitatonderzoek uit?

Sloots Ecologie voert habitatonderzoek uit voor uiteenlopende projecten in heel Nederland. Elk onderzoek wordt afgestemd op de locatie, de geplande werkzaamheden en de aanwezige natuurwaarden.

Afhankelijk van het project kan het onderzoek bestaan uit:

  • een uitgebreide terreininspectie;
  • beoordeling van geschikt leefgebied;
  • inventarisatie van sporen;
  • analyse van landschapselementen;
  • beoordeling van gebouwen bij steenmarteronderzoek;
  • rapportage met heldere conclusies en advies.

Na afloop ontvangt u een duidelijke rapportage waarin wordt aangegeven of nader onderzoek noodzakelijk is en welke vervolgstappen eventueel moeten worden genomen.

Nader onderzoek kleine marterachtigen

Wanneer uit een habitatonderzoek blijkt dat een projectgebied geschikt leefgebied vormt voor bunzing, hermelijn of wezel, kan een nader onderzoek kleine marterachtigen noodzakelijk zijn. Hierbij wordt met soortgerichte onderzoeksmethoden vastgesteld of de beschermde soorten daadwerkelijk aanwezig zijn en welke functie het gebied voor hen vervult.

De resultaten van dit onderzoek zijn van groot belang voor vergunningverlening, projectplanning en het voorkomen van overtredingen van de Omgevingswet.

Nader onderzoek steenmarter

Ook voor de steenmarter kan aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. Hierbij wordt vastgesteld of een gebouw of terrein daadwerkelijk als vaste rust- of verblijfplaats wordt gebruikt. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden bepaald welke maatregelen nodig zijn om de werkzaamheden zorgvuldig uit te voeren.

Waarom kiezen voor Sloots Ecologie?

Sloots Ecologie ondersteunt overheden, bedrijven, ontwikkelaars en particulieren bij ecologische vraagstukken rondom ruimtelijke ontwikkelingen. Door een combinatie van praktijkervaring, actuele vakkennis en zorgvuldig veldonderzoek leveren wij betrouwbare ecologische adviezen die aansluiten op de geldende wet- en regelgeving.

Of het nu gaat om een Quickscan Flora en Fauna met een habitatonderzoek, nader onderzoek naar kleine marterachtigen of onderzoek naar de steenmarter: wij denken mee vanaf de eerste planvorming tot en met de uiteindelijke rapportage.

Heeft u vragen over een habitatonderzoek of wilt u weten of nader onderzoek naar kleine marterachtigen of de steenmarter noodzakelijk is? Neem gerust contact op met Sloots Ecologie. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden en begeleiden uw project met een deskundig en praktisch ecologisch advies.